Preek op de 31e zondag na Pinksteren   15 januari 2023                                                          

Een blinde bedelaar zit langs de weg. Een grote stoet mensen komt voorbij, en onder hen, zo hoort hij, is Jezus, en dan begint hij te roepen: Jezus, zoon van David, heb medelijden met mij. De mensen die voorop lopen snauwen hem toe dat hij zijn mond moet houden. Die bedelaar moet zijn plaats kennen. Maar Jezus geeft hem zijn aandacht. ‘Wat wil je dat ik voor je doen zal’, vraagt Jezus hem. ‘Heer, maak dat ik zien kan’, roept de man. Jezus ziet hoe groot zijn geloof, zijn vertrouwen is en dan wordt de man genezen van zijn blindheid. En dan staat er dat die man Jezus achterna gaat. Hij wordt een volgeling van Jezus.
Er is een tegenstelling tussen deze genezen blinde en de leerlingen van Jezus, de apostelen, die nog ziende blind zijn. Zij menen dat blinde mensen gestraft worden voor zonden van henzelf of hun ouders. Even later maken ze ruzie over de vraag wie van hen het belangrijkste is.
De joodse leiders zijn verblind zodat ze een religieus systeem handhaven, waar mensen die als onrein beschouwd worden uitgesloten. Blinden en melaatsen, kreupelen en alle mensen die niet volgens hun regels leven. Jezus kwam voor juist deze mensen op en dit bracht hem aan het kruis. De genezing van deze blinde duidt op een geestelijk zien, een inzien, waar het Jezus werkelijk om begonnen is.

Op 6 januari was het feest van Theofanie, de herdenking van de doop van Jezus. De doop werd in de oude kerk Verlichting genoemd. Omdat Jezus ons bevrijdt van verblinding. Jezus zegt tegen Johannes dat hij gedoopt wil worden om de gerechtigheid te volbrengen. Bij de profeet Jesaja staat dat God een dienaar roept die gerechtigheid zal brengen door blinden de ogen zal openen, en hen die in duisternis zitten naar het licht te brengen.
Bij de grote waterwijding van Theofanie wordt onze eigen doop herdacht.  Voor veel mensen is hun doop als kleine baby een ritueel geweest waar hun ouders voor gekozen hebben, zonder dat dit later bij de gedoopte mens tot een eigen keuze en echte bekering heeft geleid. Maar als je het tot je door laat dringen moet onze doop leiden tot navolging van Jezus net als voor die blinde die genezen werd. Dopen is eigenlijk afdalen in het water en er in ondergedompeld worden. Een dienaar van God en mensen worden, zoals Jezus.

Op iconen is het water van de Jordaan als een donker zwart gat in de aarde afgebeeld. Jezus is het duister van lijden en dood in gegaan. En ook wij zullen soms een donkere periode moeten doormaken, vanwaar we alleen maar verlangend en vertrouwvol kunnen uitzien naar het licht. Jezus rees op uit het donkere water van de Jordaan. Ook wij mogen uit duisternis oprijzen. Net als de Verrijzenis van Jezus waarin wij allemaal met Hem mogen delen. Jezus heeft verlichting gebracht. Door Hem is ook voor ons ‘de hemel open gegaan’: zijn wij opgetild uit het al te alledaagse en zondige aardse bestaan om te leven in het licht. Onze ogen zien dan waar het in het leven werkelijk om gaat. We doorzien de leugenachtigheid van ideeën die in onze tijd tot nu toe beheersten: dat je altijd succes moet hebben en nooit mag falen, dat alles meer en meer moet zijn en sneller en sneller. En dat jijzelf zo veel mogelijk moet genieten. Terwijl zo veel anderen de boot missen en slachtoffer zijn, en de natuur opgeofferd wordt. Er zijn grenzen aan de groei, zo zeggen wijze mensen. Zij vragen om meer sociaal, duurzaam en op samenwerking gericht leven. Als christenen kunnen we ons hier helemaal bij aansluiten.

vader Paul

Preek op Kerstmis, 26 december 2022  

Wij vieren Kerstmis, het feest dat God mens werd om de macht van het kwaad te overwinnen. Op de Kersticoon is zien we het donkere zwarte gat van de grot, waar de kribbe op een doodskist lijkt. Zo heeft Jezus ons door lijden en kruis heen verlost van het kwaad en zelfs van de dood. Op deze tweede Kerstdag geeft de Byzantijnse traditie alle aandacht aan de moeder van Jezus, Maria. En dan zien we op de icoon Maria in gepeins verzonken. Zij overweegt alles bij zichzelf en bewaart het in haar hart. Maria heeft in het leven van Jezus een onmisbare rol gespeeld. Zij heeft hem opgevoed, samen met Jozef. Zij heeft haar kind geleerd om in liefde en vertrouwen op God te leven, totdat Jezus zich gaandeweg en helemaal bij zijn doop ervan bewust wordt hoe intens Hij met God innerlijk verbonden is, meer dan welk mens ook. Dat Hij meer dan welk ander mens God zijn Vader mag noemen. En zo heeft de volwassen Jezus Gods liefde aan de mensen geopenbaard. En zo leeft Hij ook nu nog onder ons, als de Verrezene.

Maar hoe kunnen wij mensen dit enorme Godsgeschenk waarderen, als wij er niet innerlijk voor open staan? En hier wordt Maria, Jezus’ moeder ook voor ons enorm belangrijk. De kerk leert dat Maria zelf niet door het kwaad is aangetast, dat zij de geheel heilige is, zoals de Grieken haar noemen: panhagia. Zij werd niet beheerst door de oerzonde, waardoor de mens zich hoogmoedig afwendt van God. En die neiging zit in ons allemaal. En zo duikt het kwaad telkens weer de kop op in alle tijden en overal op de wereld. We hebben het dit jaar ervaren in de oorlog in Oekraïne. Maar het kwaad zit niet alleen in oorlogsagressors. Het kwaad is er ook in òns, en zeker als wij van onszelf denken dat we heel goede mensen zijn en het kwaad in anderen huist en niet in ons. Dan kunnen we anderen gaan minachten of bestrijden, en zelfs haat met haat beantwoorden. Maria ging hier nooit in mee, zij is een en al deemoed. Zij weet dat ze alles van God ontvangt en zo staat zij voor God met open handen. Maria leert ons wat ontvankelijkheid is, wat openheid is. Openheid voor het goede, het ware en het schone. Om ondanks alle kwaad en lelijkheid in deze wereld overal toch het wonder te blijven zien, in de schepping, de natuur, in dieren, en ook in mensen.
Maria helpt ons om positief in het leven te blijven, ondanks alle kwaad dat er is. Tegelijk zingt Maria in haar Magnificat dat machthebbers van hun troon gestoten worden en dat de machtelozen zullen worden verheven. Hier mogen we op blijven vertrouwen, ook al zijn die machtigen nu nog aan het bewind. Maria heeft ook het lijden aanvaard, het lijden dat machthebbers aanrichten. Maria zei tegen de Engel Gabriel: mij geschiede naar uw woord: Laat het gebeuren, let it be. Maria staat onder het kruis en lijdt met haar zoon mee. Wat betekent dit voor ons? Wij leven in een nog onvolmaakte wereld en dan kan het niet anders dan dat wij mensen soms vuile handen maken. Wij moeten soms keuzes maken tussen twee kwaden. Oekraïne vecht terecht terug tegen de agressor. De ware verlossing van het kwaad, de overwinning op het kwaad komt alleen als wij mensen zoveel mogelijk ons hoofd leren buigen. En dat we als wij haat en vervolging ondergaan niet terug schelden en terug slaan. En dat wij bereid zijn om te vergeven. Ja, we zijn mensen, in wie het kwaad aanwezig is, maar we kunnen met Maria als eerste gelovige voorop steeds meer ontvankelijk worden voor Gods genade, die ons van het kwaad bevrijdt. En dan nog meer gewoon een beetje menselijk zijn.

vader Paul

 

Preek op de 24e zondag na Pinksteren   20 november 2022
Vandaag gaat het in de liturgie om vrouwen. We vieren het voorfeest van de intrede van Maria in de tempel, het feest van morgen, 21 november. In het evangelie van deze zondag gaat het over twee vrouwen, een volwassene en een kind op de drempel van volwassenheid. Vrouwen zijn dochters van Eva, en Eva, Chawa in het Hebreeuws betekent leven. Vrouwen zijn draagsters van het leven. Maar in dit evangelieverhaal is hun leven ernstig bedreigd. De vrouw die aan bloedvloeiing lijdt voelt het leven langzaam uit haar weg stromen. Door haar ziekte geldt ze als onrein, uitgestoten uit de gemeenschap en daarmee is ze al levend dood. Het dochtertje van Jaïrus ligt er al helemaal voor dood bij. Wie kan haar nog redden? Haar vader zoekt hulp bij Jezus maar die wordt opgehouden door dat incident met die bloedvloeiende vrouw. “Val de meester er maar niet meer mee lastig”, wordt er gezegd. Maar tenslotte bereikt Jezus toch het huis van Jaïrus waar klagende en rouwende vrouwen het inmiddels gestorven meisje bejammeren. Jezus gaat naar binnen en neemt het meisje bij de hand, wekt haar ten leven en richt haar op. Het grote vertrouwen van haar vader in Jezus is niet vergeefs geweest, evenals het vertrouwen van de vrouw die aan bloedvloeiing leed. Het getuigt dan ook van een zeldzame moed dat deze zich in de menigte rond Jezus waagt. Haar genezing betekent dat ze weer als gaaf mens aan zichzelf en aan de mensenwereld wordt teruggegeven. Het heil dat Jezus geeft is het heil dat je er bij mag horen. Bij het leven zelf! En ook het meisje komt weer bij het leven, ze huppelt rond.
Dit verhaal vertelt dat Jezus de Heer is van leven en dood. De genezing van de bloedvloeiende vrouw en de opwekking van het meisje verwijzen naar het grote mysterie van dood en Verrijzenis dat ons met Pasen is geopenbaard. Natuurlijk heeft Jezus zelf ook doodsangst gekend en huilde hij bij het graf van zijn vriend Lazarus. Maar Jezus toont ook een macht die de macht van de dood teniet doet. Het mysterie van het leven is veel sterker dan de dood. Daarom werd zojuist gezongen “Door uw kruis hebt Gij de dood vernietigd, o Christus God” en ook: “Niet langer heeft het dodenrijk macht over de mens, want Christus is er afgedaald en heeft zijn kracht vernietigd.”.

Wat bekent dit voor ons? Ook wij zien de dood in allerlei gedaanten om ons heen. Hoe kunnen we daar gelovig mee omgaan? Onlangs is de biografie verschenen van een joodse vrouw in de 2e wereldoorlog: Etty Hillesum. In de gruwelijke periode van de vervolging van de Joden door de nazi’s toonde zij een enorme moed. Toen van alle kanten de dood dreigde, en ook zijzelf op weg was naar de gaskamer was zij een opbeurende steun voor de andere joden om haar heen. Zij bad: ik bid U God, dat U het niet in mij begeeft. Zij stond door haar voorbeeldige houding in voor de God van het leven! Mogen ook iets van dit geloof opbloeien in ons.  Wees niet bang, heb geloof, heb vertrouwen. Voor ons zelf maar zeker ook voor anderen die door de dood bedreigd worden. Dat wij hen bemoedigen en troost en hoop kunnen geven.

vader Paul

 

Preek op de zondag vaders 7e concilie,  16 oktober 2022

Wij leven vandaag de dag in erg onzekere tijden. Dagelijks worden we opgeschrikt bij berichten over oorlog en dreiging van geweld. En de financiële situatie van veel mensen wordt er niet vrolijker op. Het zijn angstige tijden. De van oorsprong Russische schrijver Michael Ignatieff schreef het boek ‘Troost’. Een boek dat door heel veel mensen wordt gelezen. Hij bespreekt Jodendom en christendom en andere levensbeschouwingen. Maar echte troost vind je pas als er een ontmoeting plaats heeft met een mens die je diep raakt, een echte medemens.
Ontroerend is het verhaal over Cecile Saunders, een Britse vrouw die in de vorige eeuw het hospice voor stervende mensen ontwikkeld heeft. En nu bestaan deze sterfhuizen overal. Vanuit haar christelijk evangelische achtergrond drong Cecile toch niets op, ook niet haar geloof. Haar liefdevolle nabijheid was voor een stervende genoeg. Ware troost gebeurt daar waar intimiteit is. Ignatieff schrijft: vertroosting is altijd een geschenk, een vorm van genade die we niet altijd verdienen. Maar als we die genade ontvangen, hoe kortstondig ook, maakt die ons leven de moeite waard. En zo mogen wij christenen ook onze Heer Jezus Christus beleven. Als het meest liefdevolle nabij komen van de mens geworden God.

We hoorden net hoe de evangelist Johannes het meest innige gebed van Jezus weergeeft dat denkbaar is. Het is lofprijzing, maar ook smeking, vol vertrouwen. Dit is taal van intimiteit en die behoort tot de eerste taal die mensen leren spreken, waar we papa en mama leren zeggen, zoals Jezus God in zijn eigen Aramese taal met een koosnaam Abba, Vader noemt, ongebruikelijk in de joodse traditie. En zo neemt Jezus ons mee in zijn intimiteit met de Vader. Als Byzantijnse christenen beleven we Christus nabijheid, naast die in de eucharistie, vooral in iconen. We gedenken op deze zondag de vaders van het 7e algemene concilie van 787. Dat concilie vond plaats na de eerste en grootste  iconenstrijd. In het begin van de 8e eeuw waren door Byzantijnse keizers iconen in de ban gedaan. Iconen mochten niet meer vereerd worden en de bestaande iconen werden vernietigd. Maar het tij keerde en de iconen werden in ere hersteld. Het concilie leerde dan ook: In de mens Jezus Christus heeft God ons een icoon van Zichzelf gegeven, zichtbaar en tastbaar, niet enkel voor de 33 jaar dat Jezus op aarde leefde, maar voor altijd en wel door iconen, geschilderd of in mozaïek. Met mensenogen kijkt Christus ons aan in de icoon, sprekend zonder woorden, als een genade, vol mededogen, en tegelijk als een appèl dat moeilijk te weerstaan is.
Zo leert Christus ons ook om in de ogen van medemensen het geheim te ontdekken. In de ander die wij ontmoeten licht iets op van God zelf. Die ander heeft iets heel eigens waar God nauw mee verbonden is.
We leven in een rationele maatschappij, waar de taal van de intimiteit schaars is. Iconen spreken een taal niet alleen van ontzag en verwondering maar juist ook van innigheid en warmte en dit kan ons tot dankbaarder, vrijgeviger en liefdevollere mensen maken, ten diepste verbonden, met elkaar en met God. Als wij van hier uit levend een medemens erkennen en tot recht laten komen, met aandacht en warmte, dan gebeurt er genade. Waarachtige troost in een verscheurde en angstige wereld.

vader Paul