Preek op de vierde zondag van de Vasten, 15 maart 2026

Op deze vierde zondag van de Vasten gedenkt de byzantijnse traditie de heilige Johannes Climacus. Hij was monnik in de zevende eeuw van het klooster op de Berg Sinaï. Zijn bijnaam Climacus komt van het Griekse woord climax en dat betekent ladder. De ladder is het symbool van de opgang naar God. Op de icoon van deze heilige, met een afbeelding op de voorkant van het liturgieboekje, zien we een ladder gericht naar de hemel. Een uitbeelding van onze geestelijke weg. We zien monniken in navolging van deze heilige monnik, die de moeizame weg omhoog proberen te gaan. Maar u ziet ook hoe duivels monniken van de ladder naar de hemel proberen af te trekken. Om te verhinderen dat zij het doel van hun moeite bereiken.

Beste mensen, ook al zijn wij geen monniken en leven wij midden in deze wereld, toch zullen ook wij proberen een heilig leven te leiden. In het evangelie van vandaag horen we hoe belangrijk vasten en gebed is. Daar kan zelfs een duivel door uitgedreven worden, zo zegt Jezus. Echt vasten en zo min mogelijk eten is niet raadzaam voor de meesten van ons ouderen. Maar je kunt je wel beperken: geen tussendoortjes, zo min mogelijk vlees, geen alcohol, ik noem maar wat. Maar het is geen kunstje. Er zit iets heel diepgaands achter. Toen Jezus bekoord werd door Satan in de woestijn zei Hij: ‘Een mens leeft niet van brood alleen maar uit het woord van God’. Door je te beperken in eten en drinken besef je hoe God jou elk moment doet leven, het leven schenkt, en hoe God jouw diepste verlangen vervult. Niet consumptie maakt je gelukkig, maar er is een gat in onze ziel dat alleen door God gevuld kan worden. Als we wat verslappen bij het vasten is het goed dat we vandaag weer aangespoord worden om toch vol te houden.

Naast het vasten is er het gebed. Ook hier helpt ons de heilige Johannes Climacus. Hij was een promotor van het Jezusgebed. Dit is het herhaald uitspreken van de heilige naam Jezus om zo in een voortdurende tegenwoordigheid van Christus te zijn: ‘Heer Jezus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij, zondaar’. Je moet het doen op het ritme van je ademhaling. Inademend en heel rustig uitademend. Door dit steeds maar te herhalen kom je tot een innerlijke rust, een geborgen zijn in de Drie-ene God. Je kunt het overal en altijd bidden, als je op een bus of trein staat te wachten, of fietsend of wandelend. Dit herhaald bidden van het Jezusgebed kan je uittillen boven zorgen en pessimisme. Het kan je doen beseffen dat je diep in je zelf in God geborgen bent. Dat God jou draagt en van binnenuit bezielt. Maar we kennen ook twijfel, en het gevoel dat God afwezig is. Net als de vader van de bezeten jongen in het evangelie zeggen wij: ik geloof, Heer, maar kom mijn ongeloof te hulp.

Paus Leo zei onlangs het is niet zozeer de vraag of we in God geloven of niet, maar of we God zoeken! God laat zich vinden door het hart dat Hem zoekt. Aan het einde van het evangelie van vandaag kondigt Jezus zijn naderend lijden en zijn dood aan. Onze aandacht verschuift hier van onze eigen menselijke inspanningen naar het grote mysterie van lijden, sterven en verrijzenis dat we straks met Pasen vieren. Ook in onszelf wil dit grote mysterie zich voltrekken: door onze eigen beperktheid en gebrekkig geloof heen wil God een vernieuwing bewerken. Laten we daar naar uitzien en ons daar aan overgeven.

vader Paul

 

Preek op Vergevingszondag   14 februari 2026

Na deze zondag begint in de Byzantijnse traditie, dus morgen op maandag, de grote Vasten als voorbereiding op Pasen. Men kent er niet de Aswoensdag waarmee in de westerse kerk de vasten begint. Deze zondag heeft de naam van vergevingszondag. Want wij hoorden zojuist in het evangelie: 'als gij aan de mensen hun fouten vergeeft, zal de hemelse Vader ook u vergeven'. Heel de komende Vastentijd zullen wij op weg gaan naar God, zodat wij weer helemaal in de gemeenschap met God leven. Het Nieuwe leven dat we in ons doopsel hebben ontvangen, dat we zo vaak verloochenen, mogen we weer opnieuw beleven. En vanuit die herstelde gemeenschap met God zullen ook onze intermenselijke relaties hersteld worden.

Het lijkt op wat de Joden vieren op grote Verzoendag. Ik heb eens een Jood gekend die mij een boek van hem had geleend. Ik had verzuimd het boek bijtijds bij hem terug te brengen. Daags voor Grote Verzoendag kwam hij bij mij langs en zei: Het is morgen Grote Verzoendag en u hebt nog een boek van mij. Hij kwam het zelf bij mij ophalen. Hij wilde voor dit grote joodse feest iedereen recht in de ogen kunnen kijken zonder storende gedachten, van die of die staat nog bij mij in de schuld. De schulden moeten vereffend worden.
Op dezelfde manier mogen wij de komende Vastentijd ingaan. Als een tijd van herstel van relaties. De relatie tussen God en ons, maar ook tussen onszelf en onze medemensen. Als de een niet over de brug komt, zoals ik  naliet, door het geleende boek niet terug te brengen, dan kan de ander altijd nog zelf het initiatief nemen. Het gaat erom geen storende gedachten te hebben bij die ander.

Beste mensen, wij allen zijn kinderen van Adam. Wij allen delen in elkanders menselijke schuld. In het epistel waarschuwt ons de apostel Paulus dat wij een ander vaak te makkelijk veroordelen. Het ging bij Paulus over de vraag wat je wel of niet mag eten. Gun de ander dat ie soms andere opvattingen heeft.
Volgens de byzantijnse traditie is houden wij ook hier vandaag het vergevingsritueel aan het einde van deze viering. Als priester vraag ik daarbij als eerste aan u, gelovigen, om vergeving. U komt dan naar mij toe en zegt één voor één : ‘vader vergeef mij mijn zonden en fouten’. Ik geef met het zegenkruis de vergeving van Christus aan u door.

In sommige orthodoxe parochies vragen de gelovigen deze vergeving ook aan elkaar. Ik ken een Nederlandse priester van de Russisch orthodoxe kerk die net over de grens in Duitsland zijn parochie heeft. Er komen daar veel Russen samen met een aantal Oekraïners. De eerste tijd na de inval van Rusland in Oekraïne in 2022 liepen de spanningen tussen beide groepen kerkgangers hoog op. Begrijpelijk. De priester leidde een jaar later het ritueel van vergevingszondag. De priester zei: We zijn één in Christus en we mogen ons niet laten verdelen door politieke of nationalistische tegenstellingen. De priester en ook de gelovigen vroegen aan elkaar om vergeving. En zo is daar een betere verstandhouding tussen beide groepen ontstaan. Sommige Russen onder die parochianen hebben zelfs Oekraïense vluchtelingen in huis opgenomen. Zo kan er toenadering komen waar eerst vijandschap dreigde te ontstaan. Een mooie les voor ons allemaal.

vader Paul

 

Preek op Zacheus-zondag, 18 januari 2026

Medechristenen, 
Het toeval wil, dat we in onze laatst gehouden Byzantijnse Liturgie op Tweede Kerstdag met elkaar het feest vierden van de Menswording Van Gods Zoon. En nu zo’n maand later vieren we de Zacheüs-zondag. Deze zondag is als het ware de vooraankondiging van de vastentijd, die uitmondt op de zondag van de Verrijzenis. Je zou die kunnen noemen de Tweede Geboortedag van Christus, maar dan in een leven dat al het aardse overstijgt en niet meer ophoudt.

Lucas, de auteur van het Evangelie vertelt ons dat Zacheüs een poging doet om Jezus te zien. “Niks mis mee”, zou je kunnen zeggen. Bekende en zeker beroemde personen lokken altijd mensen uit hun huizen; die bekende personen kunnen politici of gewaardeerde staatshoofd zijn; of het zijn artiesten met wereldnaam of vrouwen en mannen uit de sportwereld met de medailles, die zij gewonnen hebben of wat nog meer. 
Zou dat bij ons ook zo zijn? En als het antwoord “ja” zou zijn, wat doen wíj er dan voor? Het lijkt mij niet dat één van ons hierop “neen” zou zeggen, maar wat trekt ons dan aan om die Jezus te willen ontmoeten? Maar dan wel in onze dagen, in déze tijd!

Wat bij Zacheüs overduidelijk is, is dat niemand hem zag zitten, noch letterlijk noch figuurlijk. Met zo’n tollenaar wilde niemand omgaan of vriendschap sluiten. Hij was een landgenoot, die met de bezétter van het land heulde/samen werkte en er duidelijk van profiteerde. Want als je aangeeft dat je de helft van je bezit aan de armen terug geeft, heb je nogal wat van anderen afgenomen. Maar het ‘zien’ van Jezus betekent echter niet, dat Zacheüs Jezus niet wilde aankijken. Zijn echte bedoeling horen wij niet vertellen, maar Jezus zien verandert wel de levensstijl van Zacheüs naar een mens, die zich wil inzetten voor de medemens. En daarmee ligt de brug naar onze tijd.

Om Jezus te willen zien, mogen ook wij zijn woord vernemen en in de geest van Jezus de mens opzoeken en er mee optrekken in dit leven. Zacheüs ziet Jezus vanuit de hoogte, maar Jezus kijkt naar hem op en nodigt hem uit om gastheer te zijn. Dit wekt de woede op van de omstaanders. Maar Jezus geeft duidelijk aan, dat ook Zacheüs – ondanks zijn verwerpelijke arbeid voor de bezetter – gastheer kan zijn, die iets te bieden heeft zoals iedere gastheer en gastvrouw aan de ander iets te bieden heeft. Wie Jezus wil zien of wie Jezus wil laten zien, doet er goed aan om gastheer en gastvrouw voor de medemens te zijn. Dat doorbreekt alle menselijke grenzen.

Vandaag begint de Internationale Week van Gebed om Eenheid. Hier in Utrecht en op vele plaatsen in onze kerken elders kunnen wij onze rol met elkaar delen. Op diverse plaatsen zijn er kerkelijke bijeenkomsten van christenen, die Jezus willen zien en willen laten zien.. Ze vinden o.a. plaats in de Sint Rafaëlkerk, in de Nicolaïkerk – zoals we bij de inleiding al hoorden -  en ook in de Baptistengemeente: ”De Rank” en in de “Best Live Church” – alle in Utrecht. 
Jezus-zien in de geest van Zacheüs wil zeggen de ander willen zien staan in het leven en ontmoeten. 
In de 1e lezing schrijft de apostel Paulus aan Timotheüs: “Gods woord is betrouwbaar en verdient volledige instemming.” Dat geldt ook nog in deze  dagen. Laten ook wij Jezus willen zien en laten-zien door in zijn geest gastheer en gastvrouw te zijn voor elkaar. 

Amen.
vader Wim Tobé, diaken