Preek bij de intrede van de Moeder Gods in de tempel.  21 november 2021

Het feest van Maria’s intrede in de tempel gaat over een gebeurtenis die niet in de Bijbel  wordt verteld, maar wel in het Proto evangelie van Jakobus, 200 jaar na Chr. De ouders van Maria, Joachim en Anna, zijn zo dankbaar voor de geboorte van hun dochter Maria dat zij besluiten haar aan God toe te wijden. Ze brengen zij haar, op de leeftijd van drie jaar, naar de tempel in Jeruzalem. Net als de jonge Samuel van wie de moeder Hannah, net als Anna, de moeder van Maria ook lange tijd onvruchtbaar bleef. Hannah bood ook haar kind in Silo als een geschenk aan God. Maria bleef in de tempel tot haar twaalfde jaar, totdat ze aan Jozef werd toegewezen als haar voogd. 

De datum, 21 november, is die van de inwijding van een kerk in Jeruzalem die aan Maria gewijd is in 543. Deze kerk staat dicht bij de verwoeste tempel. Maria die in de tempel aan God wordt toegewijd wordt zelf als de tempel gezien. Vandaar de plaats van deze Mariakerk. De tempel is de plaats waar God verblijf houdt en zo wordt Maria voorbereid om moeder van de Verlosser te worden. Het feest werd sindsdien in het hele Oosten gevierd, en in de negende eeuw in de kloosters van Zuid-Italië ingevoerd en zo ook in de westerse, Latijnse kerk, Maar onder de meeste katholieken is dit feest minder bekend.
In het oosten behoort het tot de 12 grote feesten. Het is inderdaad een belangrijk feest. Maria's intrede in de tempel toont haar totale toewijding aan God. Juist de tempel is de plaats om blijvend in de tegenwoordigheid van God te zijn. Maria heeft dus al heel jong geleerd heeft biddend te leven. Op de icoon van dit feest zien we ook hoe Maria in de tempel door een engel met brood uit de hemel gevoed wordt. Maria leeft dus letterlijk uit het woord van God. Wat we in het evangelie lezen als Jezus geboren is en de herders op bezoek waren geweest: Maria bewaarde al deze dingen in haar hart en overwoog ze bij zichzelf.

Deze biddende houding van Maria is een voorbeeld voor onze tijd. Ik las in de krant een boeiend interview met een Afrikaanse priester, een pater Dominicaan. Hij heet Godfrey Nzamujo. Hij woont in Benin en is helemaal vervuld van een grote eerbied voor alles in de natuur. Hij is biochemisch wetenschapper en als hij in het lab bezig is ziet hij de hand van God in chemische processen en in de kleinste bacteriën. Hij heeft in Benin een opleiding voor jonge boeren gesticht. Hij leert hen dat alles in de natuur een functie heeft en alles met elkaar samenhangt en dat je voor landbouw en veeteelt geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen hoeft te gebruiken. Gewassen kweken moet samen gaan met dieren houden. Insecten die vaak als schadelijk worden gezien hebben toch hun functie. Ook afval kan altijd opnieuw gebruikt worden en boeren moeten vooral produceren voor de lokale markt. Deze Dominicaan was hier in Nederland om ook hier zijn ideeën te delen met boeren die hier meer duurzaam en circulair willen werken Dit is van het grootste belang ook voor ons land. Pater Znamujo vertelt: iedere ochtend ga ik zitten en dan kijk ik alleen maar. Wat gebeurt er vandaag om me heen? Dat gaat dan over in meditatie en gebed.
Dit is wat Maria ons allemaal vandaag leert. De moderne mens is dit helemaal verleerd. De moderne mens wil alles onder controle houden. Hoe alles op een door God wonderlijk bezielde manier een samenhang vormt heeft hij uit het oog verloren. Een samenhang die je niet mag verstoren Voor de moderne mens is geld en winst de belangrijkste drijfveer. Maar uiteindelijk verwoest de mens daarmee de aarde en dan is het geldelijk verlies oneindig groot. Eerbied voor Gods aanwezigheid in alles dat leert ons Maria vandaag.

Er hangt een schilderij van Maria, in de kamer waar de paus bezoekers ontvangt: Maria die knopen ontwart.  Wat de moderne mens met de wereld heeft aangericht is een haast onontwarbare knoop geworden. Maria helpt ons door een contemplatieve houding heel dicht bij de gewone dingen in de natuur en ook in de medemensen de knopen te ontwarren en het ware leven met al zijn mogelijkheid en vruchtbaarheid opnieuw te ontdekken.

Vader Paul

 

Preek op de 21e zondag na Pinksteren
17 oktober 2021.  Evangelie: Lucas 8, 5-15

Vanwege een gebroken arm kon vader Paul niet bij de viering van vandaag zijn. Diaken Wim Tobé gaf de onderstaande preek.

Medechristenen,
In één van de TV-quizzen mogen deelnemers kiezen uit een  vraag, die gemakkelijk is of die moeilijk is. Op het eerste zicht lijkt het me, dat het Evangelie in onze liturgie tot de gemakkelijke categorie behoort. Bovendien wordt ’t mij als predikant niet moeilijk gemaakt. Immers, Jezus geeft zelf de uitleg, ofschoon Hij zelf zegt aan zijn leerlingen: “dat zij de geheimen van het koninkrijk kennen”. En Hij geeft aan, dat zij Hem wel begrijpen, want “met oren verstaan zíj wel en met hun ogen zíen zij”.  Nou ja, het evangelie geeft op sommige plaatsen ook wel wat anders aan, dan dat de leerlingen alles zouden doorzien en begrijpen. Maar dat is nou typisch het woord van de Heer. Hij prikkelt de toehoorder. Hij zegt niet voor niets: “Wie oren heeft om te horen, moet horen”. Dat is geen vaststelling van een feit, maar een opdracht. En wat is dan die opdracht? Wel, we moeten werken me datgene wat we in het leven gekregen hebben.

Het is zoals met die agrariër in het evangelie. Die akker heeft hij geërfd of gekocht of in gebruik gekregen – die akker ligt er al. Maar hoe brengt zo’n stuk land vruchten op? Net zoals die agrariër worden ook wij geprikkeld om deze wereld en ons leven - dat we in ‘bruikleen’ hebben gekregen - vruchten te laten opbrengen. Hoe doen we dat met onze akker, die onze wereld is:
          - waarin de macht van de sterkte de dienst uitmaakt?
          - waarin kapitaal tot hoogste goed is verheven? 
          - waarin racisme mensen dagelijks uitsluit?
          - waarin ellebogenwerk de kleinen vernedert?
          - waarin discriminatie aan de orde van de dag is?
          - moord en doodslag dagelijks werk is?

De vraag herhaald: ”Hoe doen we dat?” Laten we maar meteen heel eerlijk zijn: het gaat ons zoals we hier zijn niet lukken om de grote wereldproblemen aan te pakken. Anders zou het al lang gebeurd zijn. Hoe krijgen wij dan ooit een beeld van het Koninkrijk van God? Dat lukt alleen door er over te spreken in gelijkenissen en daar naar te handelen.

Het Koninkrijk Gods wordt in het evangelie met veel beelden vergeleken: we hoorden zojuist de akker, maar ook met een maaltijd en met een woning (in het huis van mijn Vader zijn veel woningen – menige asielzoekers en jongeren zien er naar uit maar dan wel hier), maar er zijn ook parabels over het mosterdzaadje, parels, zuurdesem, met goede raad, met een schat in de akker, met een sleepnet, met een landeigenaar om arbeiders te huren en we kennen de parabel van de 10 maagden. Er is genoeg. Over zaken zoals Koninkrijk Gods is geen andere manier van spreken denkbaar dan in gelijkenissen – of ze uit het evangelie komen of uit de literaire wereld van boeken en verhalen.

Er zijn nu eenmaal onderwerpen, waarover je alleen in beelden kunt spreken: we doen het zelf ook: spreken over liefde, geluk, rouw, vergeving, angst, verbondenheid, gehoorzaamheid enz. enz. Daarvan kun je nu eenmaal niet iets zichtbaars als een voorwerp neerzetten om te laten zien hoe het er uitziet. Dat komt van binnenuit. Alleen in verhalen kun je dat tot uitdrukking brengen.
Jezus zegt niet voor niets: “Wie oren heeft om te horen, moet verstaan” en: “Wie ogen heeft om te kijken, moet zien”. 

De kernzin van dit evangelie is wellicht het minst opvallende  zinnetje, waarin Jezus zegt: “Het zaad is het woord van God!”  “O ja,” zeggen we dan, “wat uit de mond van God komt zijn z’n geboden, de profeten-woorden, het scheppingsverhaal, de  zondvloed, de wonderen in de woestijn”. Maar neen hoor, het is nog veel en veel dichterbij. ‘Woord van God’  is niet iets, dat je jezelf kunt aanschaffen als ware het een boek of een video. Het ‘Woord van God’ is Christus zelf. Wat Christus zegt en spreekt tegen wie dan ook in zijn tijd, doet Hijzelf en Hij is het ook zelf, die het doet.  Hij toont het Koninkrijk
– waar Hij licht schenkt aan de blinde,
 
- waar Hij mensen geneest van kwalen, 
- waar Hij Jaïrus’ dochter leven schenkt, 
- waar Hij mensen te eten geeft, 
- waar Hij melaatsen aanraakt, 
- waar Hij het duivelskwaad uitroeit, 
- waar Hij opkomt voor mensen.

Het Koninkrijk Gods moet je niet op de eerste plaats zoeken boven de wolken, want dan wordt het levenslang afwachten. Over het Koninkrijk Gods moet je niet praten, maar moet je doen. Dan is het midden onder ons. En dan hebben we nog geen garanties! Christus zelf – het Woord Gods zelf – kon niet voorkomen dat zijn verhalen/gelijkenissen niet altijd in goede bodem vielen.

- Hij heeft de rotsgrond gevoeld, waarin zijn woord geen wortel schoot 
- Hij heeft de distels gezien, waarin het leven door rijkdom en genoegens werden verstikt -
- Hij is de paden gegaan, waar het woord werd vertrapt –
- Hij heeft gezien dat vrije vogels van de hemel zijn woord opaten, maar alleen om zichzelf te verzadigen.

Maar dan is er ook nog zoiets als Gods genade, en dat hebben wij niet in de hand; dat had ook Jezus niet in eigen hand, maar hij bad er wel om  -  voor zijn leerlingen en voor ons. Gods genade! Met verbazing gaat het soms aan ons mensen voorbij en voelen we ons leeg en kil. Maar met diezelfde verbazing komt het ook ons leven binnen. 

In de eerste lezing van deze zondag - zegt Paulus ons - dat niet alleen het resultaat van onze goede werken bepalend is voor ons leven. Maar onze goede werken dienen ook gepaard/hand- in-hand te gaan met geloof. 
In de tijd van Paulus leefde de opvatting dat het voldoende was in je leven als je maar exact de letter van de geschreven voorschriften volgde. De rest was bijzaak. Vandaar ook menige  keer het verschil in opvattingen tussen Christus en de  farizeeën. Paulus verbindt in zijn brieven aan de goede werken ook ‘geloof’.
Het woord ‘geloof’ draagt een mooi woord in zich: “love”: liefde. Wat wij doen volgens de voorschriften, dient met geloof/liefde gedaan te worden. Ons grootste voorbeeld daarvan is Gods Woord: Christus zelf! En wie dat volgt – of minstens probeert – mag zuster of broeder van de Heer worden genoemd. Dat ook wij onze werken doen met geloof, dat God als genade in ons heeft gelegd. Daarmee zijn en worden we geen wereldverbeteraars, maar wel aanstekelijk en soms aanstotelijk voor de wereld. 
Het is niet echt gemakkelijk, maar door het evangelie worden we wel geprikkeld. Dat we dat steeds mogen voelen. Amen. 

 

Preek op de Zondag na Kruisverheffing,
19 sept. 2021                  

Afgelopen dinsdag 14 september was het feest van Kruisverheffing. Toen Helena, de moeder van keizer Constantijn het kruis van Jezus terugvond in Jeruzalem werd daarna in het jaar 334 op 14 september de H. Grafkerk gewijd. De vondst van het heilig kruis leidde tot een ruime verspreiding van kruisrelieken en verering van het Heilig Kruis. Na afloop van deze viering zullen ook wij het kruis vereren. Wat gaat er dan bij ons om? Ik moet denken aan het volgende. Iemand reisde op een dag in de metro. Hij vertelde: een meisje van ongeveer 11 jaar stapte met haar ouders de volle trein binnen en je kon aan haar zien dat ze het Down syndroom had, een mongooltje wordt dit wel genoemd. Er was genoeg ruimte om door de trein te lopen en terwijl ze dat deed trok dit meisje de forenzen die aan lussen hingen aan de mouw en zei bij iedereen heel luid: ‘are you happy? I am happy! Are you happy?‘ Niemand was erop voorbereid om zomaar te erkennen gelukkig te zijn en sommigen negeerden haar zelfs en doken weg in hun krant. Maar het meisje bleef lachen en haar ouders lachten ook. Maar om de een of andere reden leken de anderen het op dat moment niet leuk te vinden. Deze forenzen hielden liever hun anoniem masker op. Ze leken bang te zijn mens te worden tegenover dat kwetsbare meisje. Met strakke gezichten bleven ze kijken. Ze vielen niet uit de plooi.. Ze waren beslist niet happy. Deze forensen wilden zich niet laten storen bij het compromis dat ze met het leven gesloten hebben.

Beste mensen, eigenlijk is het kruis van Jezus ook een confrontatie. Zoiets als de ontmoeting met een meisje met het syndroom van Down.  Het stelt ons een vraag hoe wij zelf in het leven staan. Aan het kruis hangt een naakte man, een geslagen en bij uitstek kwetsbare mens op het moeilijkste moment van zijn leven. Gekweld door hevige pijnen. Wij mensen willen het diepe lijden dat hier wordt getoond ook in ons eigen leven het liefst uit de weg gaan. Er liever niet mee geconfronteerd worden en het wegdrukken als het ons te dichtbij komt. Totdat je er op een bepaald moment niet meer omheen kan.
Een jongeman van 25 jaar vertelde mij dat hij in een diepe crisis terecht was gekomen. Als kind van gescheiden ouders twijfelde hij heel erg aan zichzelf. Totdat hij ontdekte: vanuit dit dieptepunt kan ik alleen nog maar omhoog gaan. Dat betekende wel dat hij zijn beperkingen onder ogen moest zien en ook wat hem was aangedaan, zonder anderen te beschuldigen. Hij moest ook eerlijk erkennen wat zijn eigen falen was geweest,. Natuurlijk heeft een mens in zo’n crisis het recht om boos te zijn, maar het is niet goed als boosheid het leven gaat overheersen. Het leven is te mooi om het door haat te laten vergiftigen. En gaandeweg ontdekte deze jongeman wat er aan positieve energie vrij kwam om weer verder te kunnen gaan. Voor wie uit een crisis opstijgt, kan het leven weer gaan toelachen. Dan kan een mens zeggen: I am happy, want ik ben een diepe crisis te boven gekomen en ik heb ervan geleerd.
En wie dan het kruis van Jezus onder ogen komt gaat iets herkennen. Daar hangt een mens net als wij, met vertwijfeling en vragen: ‘God mijn God waarom hebt Gij mij verlaten’. En zoals jij je niet wil laten vergiftigen door wrok en haat zo bracht ook de gekruisigde  vergeving op: ‘vergeef het hun Vader want ze weten niet wat ze doen’. Je herkent de hoop die het kruis ons geeft bij de woorden tegen de goede moordenaar: ‘heden zul je met Mij zijn in het paradijs’. Wie door het leven gelouterd is heeft ook overgave geleerd. ‘Vader in uw handen beveel ik mij’. En is de opleving na een diepe crisis niet een teken van Verrijzenis? En ook dat zien we in het kruis van Jezus: doorgang naar nieuw leven.

Het grootste gevaar is niet dat wij geslagen worden door lijden en verlies, het grootste gevaar is dat wij door het leven afgestompt raken, dat wij onverschillig worden, dat we ons niet meer laten wakker schudden door een mongooltje met de vraag: ‘are you happy, I am happy. Dat we in een sleur raken van gewoontes en onderdrukte gevoelens. Het kruis van Jezus wil ons hiervoor behoeden.

vader Paul