Hieronder kunt u de wekelijkse overwegingen lezen  die 
Vader Paul Brenninkmeijer schrijft in deze corona-tijd.

 

Preek op Pinksteren
24 mei 2021

Pinksteren is het feest van de Heilige Geest. Waarom Pinksteren? De Heilige Geest werkt toch het hele jaar door? De Geest daalde over Maria toen zij zwanger werd van Jezus, de Geest daalde over Jezus bij zijn doop in de Jordaan. Op paasavond zegt de verrezen Jezus tegen de apostelen: Ontvangt de Heilige Geest, om zonden te vergeven. De Geest is overal als het zout in de pap. Maar met Pinksteren vieren wij dat de volheid van de Geest aan de kerk en aan de wereld geschonken wordt.
Ja, niet alleen aan de kerk. In de byzantijnse traditie is groen de liturgische kleur van dit feest. In orthodoxe kerken ligt op de vloer fris groen gras. En inderdaad: buiten is er overal het mooiste groen. De wereld komt tot rijping, de schepping komt tot voltooiing, ondanks alle verval, dat is onze hoop.

De feesticoon vandaag is die van de neerdaling van de Heilige Geest over de apostelen. We zien ze zitten op een u-vormige bank. Maar eigenlijk is dit een open ruimte en is het de bedoeling dat wij allemaal hier bij gaan zitten en dat de Geest ook over ons zal komen. Wij mogen door de Geest bezielde mensen zijn. God woont door de Heilige Geest in ons, en dat geeft ons een innerlijke rust. En van daar uit maakt de Heilige Geest ons weerbaar. Als je je veilig weet bij de drie-ene God, als je leeft vanuit Gods liefde omdat God van je houdt, kun je heel veel aan, ook in onveilige situaties. Als gelovigen mogen wij krachtig in het leven staan. We kunnen door de Geest tegenslagen verwerken en zo nodig hulp vragen. De Geest zet ons over onze schroom heen om naar anderen uit te komen voor ons geloof, van wat ons het diepste bezielt en inspireert. Om dit niet alleen voor onszelf te houden. Je mag ervan getuigen.

Weerbaar betekent ook dat we niet met alle winden hoeven mee te waaien. De Geest geeft ons vrijheid om zelf keuzes te maken. Dat we niet ten prooi hoeven te vallen aan enkel de tijdgeest. Zoals een ingezonden brief in de krant het van de week kernachtig en spottend beschreef: Catechismus: waartoe zijn wij op aarde? Om op terrassen te zitten, om op valkante te gaan, om festivals te bezoeken: catechismus 2021. Er is waarachtig heel wat meer om warm voor te lopen. Wij hoeven ook niet mee te huilen met de wolven in het bos. En mee doen met algemeen geklaag en gevit. We hoeven niet mee te doen met het met de vinger wijzen naar anderen die het altijd verkeerd doen, alsof we zelf brandschoon zijn.

De Geest helpt ons ook om woorden van de Bijbel op onszelf toe te passen, door ze op een originele manier te verstaan. Zo worden die woorden iets van onszelf, en wordt een dode letter levend. De Geest bevordert ieders eigenheid die uniek is. De Geest helpt ons ook om al wat ons bezig houdt in gebed voor God neer te leggen en zo te wachten op de goede ingevingen die de Geest ons geeft. Als je een moeilijk gesprek moet aangaan, in een conflictueuze situatie, zal de Geest je de goede woorden ingeven, zegt Jezus. De Geest laat ons ook zien wat goed en wat verkeerd is. Want bij dit alles leert de Geest ons ook om te onderscheiden. De onderscheiding des geestes wordt dit wel genoemd. Niet elke ingeving is altijd goed. Ons eigen hart en de Heilige Geest botsen soms met elkaar. We moeten soms sorry zeggen: ik deed of dacht iets verkeerds. De Geest daagt ons ook voortdurend uit om ook in ons eigen leven het grote levens-programma van Jezus ten uitvoer te brengen. Jezus zei immers in de synagoge in Nazareth: de Geest des Heren rust op mij om de armen een blijde boodschap te brengen, om mensen die gevangen zitten een stuk bevrijding te brengen, blinden de ogen te openen, onderdrukte mensen vrijheid te geven. Er is dus genoeg te doen. En ondanks alle tegenwerking en negativiteit in deze wereld zien wij de Geest aan het werk overal, waar mensen daadwerkelijk geholpen worden in nood, waar vrede wordt gesticht, en achtergestelden aan hun recht komen. Bij gelovigen of niet gelovigen: de Geest waait waar Hij wil.

vader Paul 

 

 

Overweging bij de 7e zondag van Pasen
16 mei 2021.   Evangelie: Johannes 17, 1-13

Er bestaat een DVD van de cabaretier Herman Finkers die in gesprek is met presentator Paul Witteman. Paul Witteman vindt de “Mattheus Passie” van Johan Sebastiaan Bach heel mooi, maar beleeft het beslist niet religieus. Herman Finkers vindt dat schoonheid op zich al een Godservaring is. Voor Paul Witteman is de dood het einde van alles, voor Herman Finkers is de dood een groot geheim, een overgang naar een veel ruimere dimensie dan dit aardse leven. Paul Witteman benadert de dingen met zijn verstand, Herman Finkers met religieuze intuïtie.
Met ons verstand wordt wetenschap beoefend. Maar er bestaat er ook een andere manier van kennen. Zoals geliefden elkaar kennen, door met elkaar om te gaan, door elkaar aan te voelen, door belevingen, en door innerlijk geraakt worden.
Wel, dit kennen bedoelt Jezus als Hij in het evangelie van vandaag bidt: ‘Dit is het eeuwige leven dat zij, mijn leerlingen, U, God, kennen’. Jezus bedoelt hier het kennen van de Vader, maar ook het kennen van Jezus als de Zoon, de Christus. Dit kennen houdt een relatie in. Dit stukje evangelie is een deel van het gebed dat Jezus bidt bij het laatste avondmaal, als Hij zijn leerlingen zal verlaten en Hij hun de belofte geeft van de Heilige Geest. De apostelen staan met de Vader en de Zoon in relatie als ranken aan de wijnstok. Zo zijn zij geheiligde mensen. En zo mag dat ook zijn bij ons.
Vlak voor de communie wordt in de Byzantijnse Liturgie gezongen: “het heilige is voor de heiligen”. Wat wordt daarmee bedoeld?  De Heilige Geest maakt dat wij geheiligd worden, dat we in onze geest en in ons hart bereid worden om de dingen van God te kunnen verstaan en in ons opnemen. Dit vieren we met Pinksteren, de komst van de Heilige Geest in ons leven.                                                

Je wordt soms getroffen door de manier waarop mensen iets van God ervaren. Ik denk aan een man die zijn vrouw na een ernstige ziekte had verloren. Na de voorbereiding van de uitvaart, ging hij naar buiten, intens verdrietig, hij maakte een wandeling door een heel mooi natuurgebied met vennen, en de zon scheen prachtig over het zilveren water. Ineens kwam er een psalmwoord bij hem op: Van U, God, is de aarde met al wat zij bevat. Er kwam een enorme troost over hem. Dat gevoel van geborgenheid sterkte hem bij de uitvaart en bleef daarna bij hem en maakte dat het meest pijnlijke van het gemis dragelijk werd. Of ik denk aan die vrouw die een hele zware operatie moest ondergaan. De dokter had gezegd: het kan goed gaan, maar het kan ook helemaal mis gaan. Zij was behoorlijk zenuwachtig. Maar een uur voor de operatie pakte zij een gebedenboek, zij sloeg het open en zij las: je leven is in Gods hand, wat er ook gebeurt. En ineens kwam er een grote rust over haar. Geheel ontspannen liet zij zich naar de operatiekamer voeren. En het is gelukkig heel goed gegaan. Het is belangrijk dat gelovigen zulke verhalen aan elkaar vertellen. Dat wij niet alleen maar stil voor onszelf houden wat wij van God hebben ervaren. En dat bewonder ik in Herman Finkers die openlijk voor zijn geloof uitkomt, met humor, zonder opdringerig te zijn! Zeker, er bestaat ook een gepaste gêne, een verlegenheid, om over dit soort dingen te spreken. Want je mag God ook niet overal te pas en te onpas bijhalen, God blijft een geheim! Er bestaat ook een verkeerde zucht naar bijzondere religieuze belevingen. Iemand ging een week naar een klooster en verwachtte dat hij diep geraakt zou worden en in een haast mystieke trance zou komen. Maar het viel tegen. Het kloosterleven kan ook hard en taai zijn. Het uithouden zonder dat je meteen geraakt wordt. We mogen nooit vergeten dat de Heilige Geest een echte gave is. Iets dat je geschonken wordt, onverwacht. Iets dat je nooit kan afdwingen. Toen de Heilige Geest in vurige tongen over de apostelen was neergedaald gingen zij de straat op en verkondigden luid hun verhaal. En toen hoorden mensen van overal in hun eigen taal welke grote dingen God onder mensen gedaan heeft. Zij stonden ervoor open. Behalve die éne die riep: “die lui zijn alleen maar dronken!"

vader Paul

 

Overweging bij de 6e zondag van Pasen
9 mei 2021     
Evangelie Johannes 9, 1 - 38

Het evangelieverhaal over de genezing van een blinde gaat niet alleen over een lichamelijke genezing. Het roept bij ons vragen op als: wat betekent het dat je kunt zien? Wanneer ben je blind? Hoe kijken we? Je kunt ziende blind zijn. Jezus keek zoals God kijkt. Tussen mensenmassa’s merkt Jezus deze blindgeborene op, terwijl anderen achteloos aan deze bedelaar voorbijgaan.  Jezus ziet deze man in zijn nood, in zijn diepste verlangen om te mogen zien. De omstanders en ook de leerlingen van Jezus zien hem als iemand die gestraft is voor zijn zonden. Maar als deze man ineens genezen is blijkt niemand hier echt blij over te zijn. De buren en de mensen die hem hadden zien bedelen bekvechten of het wel echt die blinde is of iemand die toevallig op hem lijkt. Wie als bedelaar door God gestraft is voor zijn zonden kan toch niet door God genezen zijn? De Farizeeën zijn boos omdat deze genezing op Sabbat plaats vindt. Op sabbat mag er geen enkel werk worden gedaan, ook niet het werk van genezing. De Judeeërs, de mensen het in Jeruzalem voor het zeggen hebben, de autoriteiten, willen de blinde zelfs uit de synagoge zetten. Ook de ouders van de blindgeborene komen niet echt voor hun zoon op. Ze zijn bang zelf in moeilijkheden te komen omdat de genezing van hun zoon omstreden is bij de autoriteiten. Daarmee wordt duidelijk hoe al deze mensen verblind zijn, het verhaal van het evangelie zet hen in hun verblinding te kijk. Tegelijk merk je hoe de blinde die genezen is, werkelijk is gaan zien. Hij kijkt niet alleen, hij kijkt zuiver. En vanuit die zuivere blijk reageert hij op de vragen van de mensen. Hij blijft zichzelf, hij is niet bang. Hij durft de Farizeeën en de autoriteiten de waarheid te zeggen. ‘Willen jullie soms ook leerling van Jezus worden, als je mijn verhaal dat ik al eerder verteld hebt, opnieuw wil horen’, zo zegt hij spottend. ‘Waarom vragen jullie anders naar wat je allang weet?’ Hij is superieur boven al hun wantrouwen. Geleidelijk komt die blinde er achter wie het is die hem genezen heeft. Eerst weet hij niet meer dan dat het een man is die Jezus heet. Vervolgens zegt hij dat het in elk geval iemand is die zonder zonde is. Het moet iemand zijn die van God komt, minstens een profeet. Later in de ontmoeting met Jezus zelf openbaart Jezus hem dat hij de Messias is, de Gezondene van God bij uitstek. En zo komt de genezen blinde tot overgave en geloof.

Dit verhaal maakt ons duidelijk hoe gemakkelijk wij mensen gevangen zitten in onze oordelen en vooroordelen, zelfs als wij onszelf, net als de omstanders van de blinde jongeman in het evangelieverhaal, gelovigen noemen. Het TV programma ‘vrijdenkers’ laat mensen aan het woord die de zekerheid van een al te knellend geloof hebben losgelaten. Deze programmatitel suggereert dat je als gelovige niet vrij bent in je denken, terwijl Jezus toch zei dat de waarheid ons vrij zal maken. Maar je moet erkennen dat kerken soms te veel onwrikbare zekerheden brengen en geen twijfel toelaten. De werkelijkheid is altijd groter dan wij zelf kunnen bevatten. Geloven is en blijft een zoektocht. Echt geloven vraagt grote nederigheid en erkenning dat onze kijk op de wereld altijd tijdgebonden en beperkt is. Als jouw geloof leidt tot veroordelingen van anderen en het idee dat jijzelf of jouw groep alleen de waarheid bezit, moet je je afvragen of je hier niet godslasterlijk bezig bent. Je moet je als gelovige open durven opstellen voor een appèl dat van buitenaf op je toekomt. Het appèl van de Ander met een hoofdletter, waar God in onze wereld inbreekt. God spreekt vaak door middel van de ander met een kleine letter: een  medemens die anders is, anders denkt en doet dan wijzelf. Wij moeten ons als gelovigen voortdurend afvragen wat God ons door hen te zeggen heeft. Dat is de betekenis van oecumene en het appèl dat  minderheden en vreemdelingen op ons doen.

vader Paul


Overweging bij de 5e zondag van Pasen
2 mei 2021.  
Evangelie: Johannes 4, 5 - 42

Wij mensen zijn sociale wezens. Wij willen geen eenzame zielenpieten zijn. Op Koningsdag was het voor veel mensen dan ook moeilijk om het parool voor deze coronatijd: blijf thuis, op te volgen. Mensen gingen naar buiten en zochten elkaar op in parken of pleinen. Autoriteiten hielden hun hart vast. Zou dit niet meer nieuwe besmettingen opleveren? We moeten nog erg oppassen en nog veel geduld hebben voordat we weer helemaal vrij kunnen zijn en elkaar weer volop kunnen ontmoeten. Ergens bij willen horen is iets heel menselijks. In ieder mens leeft een dorst naar liefde en erkenning.
In het evangelie horen wij dat Jezus de Samaritaanse vrouw het water van het leven schenkt dat haar diepste levensdorst lest. Jezus bevrijdt haar uit het isolement waar ze in verkeerde en tenslotte gaat ze blij vertellen dat ze Jezus heeft ontmoet.

Het is vandaag de zondag van de oosterse kerken, kerken met een diepe spiritualiteit. Tien jaar geleden was ik met een groep protestantse en katholieke Nederlanders in Egypte en wij ontmoetten er een priester van de Koptische kerk. Vóórdat deze priester gewijd werd had hij in de olie-industrie gewerkt. Hij heeft toen ook Nederlanders en Engelsen ontmoet. Als ze dan wel eens over het geloof spraken, was hem iets opgevallen. De westerlingen meenden, zo zei de priester: ‘God is ver weg, in de hemel. Wij mensen moeten hier op aarde zelf ons leven  maken en zelf uitzoeken’. Een echte warme verbinding tussen God en ons mensen, de Heilige Geest waardoor de Levende en verrezen Christus in ons werkt, die beleving waarmee hij als Koptische christenen zo vertrouwd was, leek bij hen veel minder te leven, aldus deze priester. Koptische christenen leren hun kinderen al vroeg bepaalde Bijbelteksten die ze uit het hoofd leren en steeds herhalen. Een voorbeeld  is de regel: ‘Ik kan alles aan door de kracht van God die in mij leeft (Filip. 4, 13 )’  Deze tekst van de apostel Paulus leggen ze aan hun kinderen uit. Gods liefde draagt je in heel je leven, in de omgang met elkaar thuis, met vrienden en vriendinnen, en ook op school en studie. Ook christenen uit Oost-Europa zeggen vaak: ‘Het geloof zit bij ons hier’, en dan wijzen ze op hun borst. Dit komt ook omdat de oosterse kerken veel te maken hebben gehad met verschrikkelijke vervolgingen. Door de Turken en vooral ook onder de communistische regiems. Daardoor is het geloof bij velen nog sterker geworden. Oosterse christenen weten dat God juist ook bij narigheid bij hen is, dat God met zijn kracht in hen werkt om ellende te kunnen doorstaan. Ook voor ons als Nederlandse christenen is het van belang om ons geloof nog meer innerlijk te beleven.
Ik denk dat deze coronatijd een aantal mensen opnieuw geleerd heeft om te mediteren en te bidden. We zijn op weg naar Pinksteren. Op stille momenten mogen we ons bewust zijn hoe de Geest van God in ons aanwezig komt. Als je heel rustig zit kun je biddend bewust worden van je adem. Zo ademt ook de Geest van God in ons, om ons te bezielen. Je kijkt met je ogen naar het licht, zoals het door de ramen schijnt, het licht van een nieuwe dag, het licht van de lente, het is de glans van God zelf die over ons leven schijnt. En als er een woord van lof of dank op onze lippen komt, is er de glimlach van God die dat beantwoordt. Als we kijken naar onze handen, mogen we weten dat Gods daadkracht door onze handen werkt. En als we ons hart voelen kloppen, is dat uit verlangen, om lief te hebben. ‘Ik kan alles aan dankzij de kracht van God die in mij leeft’, de kracht van de liefde. En als je deze innerlijke rijkdom gevonden hebt, dan kun je ook met veel meer liefde je medemens bejegenen. Zelfs mensen die je niet zo graag mag kun je met meer mildheid en vergevensgezind tegemoet gaan. Je kunt beter meeleven met een ander. Want je beseft dat in ieder mens dit verlangen naar verbondenheid heel diep leeft. We zijn er door God mee geschapen omdat God zelf met ieder van ons persoonlijk een innerlijke band wil hebben. Dit ervaren kan ons diepste geluk worden. En dan mogen wij hier, net als de Samaritaanse vrouw best wat meer uiting aan geven aan anderen, door hier van te getuigen.

vader Paul

Overweging bij de 4e zondag van Pasen 
25 april 2021.   Evangelie: Johannes 5, 1 - 15

In het evangelie horen wij hoe Jezus een verlamde man geneest. Deze man ligt bij de vijver van Betesda. Samen met talloze andere kreupelen, blinden, zieken en misvormden. Van tijd tot tijd wordt het water genezend, doordat een engel het in beweging brengt, maar deze genezing is er alleen voor wie het eerst in de vijver afdaalt. Deze verlamde man ligt hier al 38 jaar. Hij heeft niemand die hem naar het genezende water draagt.  Hij moet anderen steeds voor laten gaan. Totdat eindelijk Jezus zijn nood ziet en hem geneest. Je ziet het voor je: hoe talloze gebrekkigen deze vijver op het gunstigste moment willen bereiken en er maar één de gelukkige wordt. Eigenlijk zijn deze gebrekkigen die naar het water strompelen een beeld van heel ons mensenleven. Wij mensen zoeken allemaal een stukje geluk, maar lang niet iedereen bereikt dit. Niet iedereen heeft medemensen die hem of haar daarbij helpen. Als je pech hebt ben je hierbij helemaal op jezelf aangewezen. Zo leven we voortdurend in een rivaliteit. Mensen letten erg op elkaar. Als de mensen om je heen allemaal even arm zijn is er meer solidariteit, meer bereidheid om elkaar te helpen, dan wanneer er grote verschillen in welstand zijn. De armoede in ontwikkelingslanden was beter te dragen vóór de invoering van de TV en de smartphone. Op hun beeldscherm zien de armen hoe andere mensen het veel beter hebben dan zij en komt de trek naar grote steden of naar rijke landen op gang in de hoop het daar beter te krijgen.     

De Franse denker René Girard heeft veel nagedacht over dit fenomeen. Wij mensen kijken op naar mensen die mooier gekleed zijn, in betere huizen wonen of een eervollere positie hebben dan wijzelf. Wat zij hebben wordt begeerlijk. Heel de reclame is hier op gebaseerd. Maar lang niet voor iedereen is dat betere weggelegd. Er is altijd schaarste. Er zijn er altijd die het onderspit delven. En dit brengt onrust in een samenleving. Wat gebeurt er dan? Dan zie je, zo zegt Girard, het fenomeen van de zondebok. Een persoon en soms ook een groep wordt tot zondebok gemaakt. Vooral in tijden van crisis. In de tijd van de pest van de 14e eeuw zouden de joden het water vergiftigd hebben en zij werden in pogroms zwaar vervolgd. Nu bij de coronacrisis ontstaan complottheorieën: de chinezen, Bill Gates willen ons gaan overheersen door onze vrijheid af te nemen of medici willen met hun vaccin een chip inplanteren. Het tot zondebok maken is van alle tijden. Ook Jezus werd tot zondebok gemaakt. Omdat Jezus deze verlamde op sabbat genas, wordt hij de vijand van de religieuze leiders. Verlamde mensen werden gezien als door God gestraft om hun zonden. Omdat Jezus ook opkwam voor zondaars en tollenaars die als onrein werden beschouwd kon Hij geen vriend van God zijn. Dit leidde voor Jezus tot de veroordeling van de kruisdood. Doordat allen zich tegen Hem als zondebok keren meent men dat de vrede in de samenleving terugkeert en de onderlinge rivaliteit bezworen wordt. Het is beter dat één mens sterft dan dat het hele volk ten ondergaat, zegt de hogepriester. Maar dit is een schijnvrede, er worden altijd opnieuw zondebokken gevonden, de strijd blijft voortduren.

De boodschap van het evangelie is een andere: namelijk dat God het in de Verrijzenis voor de zondebok Jezus heeft opgenomen. Jezus die aan het kruis hangt maakt ons bewust hoe wij mensen verkeerd bezig zijn met het gezamenlijk zoeken van een vijand. Want Jezus is de onschuldige bij uitstek. Wie het verhaal over de zondebok eenmaal heeft begrepen herkent het dagelijks in het journaal: overal in de samenleving en in de wereld worden personen of groepen of zelfs landen tot zondebok gemaakt. De ware vrede is er pas als we weigeren hier aan nog langer mee te doen. De ommekeer of bekering die het evangelie van ons vraagt is dat wij het rivaliserende denken dat tot zondebok maken leidt radicaal loslaten.

vader Paul

 

Overweging bij de 3e zondag van Pasen

18 april 2021. Marcus 16, 1- 8

In het evangelie van deze zondag wordt verteld hoe drie vrouwen in alle vroegte op Paasmorgen naar het graf van Jezus gaan om het lichaam van Jezus te balsemen. Zij zien dat de steen van het graf is weggerold. Bij het lege graf zien ze een engel die hen zegt dat Jezus uit de dood is opgestaan. De vrouwen reageren verward: ‘de vrouwen vluchtten weg van het graf, vol angst en schrik. Ze durfden er niemand iets van te zeggen’.

icoon bij 18 april

 

Op sommige iconen van deze gebeurtenis zien we twee engelen. Dit doet denken aan de beschrijving van de ark van het verbond in de joodse tempel. In tegenstelling tot bijna alle andere volkeren is er in de joodse tempel geen godenbeeld. Integendeel: er is slechts een lege ruimte, geflankeerd door twee cherubs: gevleugelde engelen-figuren. Met deze lege ruimte  wordt Gods aanwezigheid bij zijn volk aangeduid op de wijze van de afwezige. God is niet zichtbaar en toch aanwezig. Op dezelfde manier is ook de Verrezen Christus onder ons, terwijl wij Hem niet kunnen zien. De verwarring van de vrouwen bij het lege graf, kunnen wij herkennen. Wij zullen steeds opnieuw de werkelijkheid van de Verrezen Christus tot ons door moeten laten dringen. We moeten daarbij als het ware door de leegte heen kijken. Wij mogen ons overgeven aan het Mysterie dat Gods volheid door leegte heen tot ons komt.

vader Paul

 

Overweging bij de zondag na Pasen

11 april 2021. Evangelie: Johannes 20, 19 - 31

Na de dood van Jezus bleven de apostelen uit angst achter gesloten deuren bijeen. Zij waren bang om als volgelingen van Jezus ook gevangen genomen te worden als zij naar buiten kwamen. Alleen Thomas kende deze angst kennelijk niet. Hij durfde we wel op uit te gaan. Daarom was Thomas er niet bij toen Jezus aan zijn bange leerlingen verscheen.
Onze paus Franciscus ziet mensen graag als wezens die onderweg zijn. ‘Als je alleen maar in je luie stoel blijft zitten leef je niet echt’, zo meent de paus. De paus bedoelt dit vooral ook in geestelijke zin. Je moet vooral niet vast blijven zitten in je denken, wie echt gelooft durft een avontuur aan te gaan. Dit geldt trouwens ook op veel andere gebieden van het leven. Echte wetenschappers zijn ook avonturiers. Ze stellen vragen bij wat men vaak zomaar als vanzelfsprekend aanneemt en zeggen: klopt dit wel? Goede wetenschap blijft vragen stellen om nieuwe oplossingen te vinden die de mensheid verder brengen. En in de politiek is het ook een zoektocht die soepelheid vereist en bereidheid van politici om eenmaal ingenomen standpunten te herzien, om daardoor samen verder te komen.

Wat in de wetenschap en de politiek geldt gaat ook op bij het geloof. Geloven is ook een op weg zijn, het is een zoeken, waarbij je door vragen en twijfels heen een stukje verder komt. Vroeger konden mensen makkelijker het kinderlijke geloof waarmee ze opgegroeid waren vasthouden in de rest van hun leven. En ook al is dit oervertrouwen onmisbaar, de meesten van ons moeten door twijfels en vragen heen hun geloof verder ontwikkelen. De wetenschap stelt vragen bij de Bijbelse verhalen. We moeten leren dat de Bijbel geen natuurkundeboek is, maar een spiritueel boek. En hoezeer heeft onze tijd die spiritualiteit niet heel hard nodig! In het leven worden we vroeg of laat geconfronteerd met de dood. Of we ontmoeten het kwaad dat mensen elkaar kunnen aandoen. En dat alles roept de vraag op ‘waar is God dan?’  Of we botsen bij ons geloof met de kerk, met het menselijke en zondige dat ook in de kerk bestaat. Zo moeten we meerdere keren door twijfel heen. En wat is het dan niet bemoedigend dat wij vandaag de apostel Thomas ontmoeten. Er is een verrassende uitleg over deze apostel. De benaming ‘ongelovige Thomas’ is niet juist. Want juist door indringende vragen te stellen komt Thomas tot een heel persoonlijk en verdiept geloof. ‘Mijn Heer en mijn God’, roept hij uit. Thomas twijfelde niet aan de verrijzenis van Jezus, maar vroeg zich af of Jezus werkelijk aan die andere bange apostelen verschenen was. Zij hadden Jezus allemaal in de steek gelaten en verraden. Mensen zeggen wel eens vaker dat ze een geestverschijning hebben gezien. Hebben die andere apostelen zich niet vergist? De echte Jezus is getekend door hun verraad en daardoor gekruisigd. Thomas eist de littekens daarvan te zien. Zo blijkt dat Thomas een groot verlangen had om te geloven. Niet het bewijs dat Jezus verschenen was overtuigde hem, maar dat de gewonde Jezus die door zijn vrienden in de steek was gelaten aan hen verschenen was om hun vergeving te schenken. Echt geloven is niet een kwestie van je verstand. Je gelooft niet omdat je verstandelijke bewijzen krijgt. Geloven doe je omdat je in je hart geraakt wordt. Alleen iemand als Jezus kon zo grootmoedig zijn dat Hij vergeving schonk aan hen die hem in de steek hadden gelaten. Hij had toch ook op het kruis gebeden dat Zijn hemelse Vader zijn beulen zou vergeven!

Ook wij kunnen pas getuigen dat Jezus leeft, doordat wij anderen vergeving schenken, en ook als wij Christus herkennen in mensen die vandaag de dag gewond zijn door wat anderen hen hebben aangedaan. Als wij onze zogenaamde veiligheid verlaten en bij slachtoffers van onrecht hun wonden verzachten en helpen helen, laten wij merken dat Christus voor ons leeft. Daarvoor moet je er wel op uit durven gaan, en niet in je luie stoel blijven zitten.

vader Paul

Paaspreek  Wladimirskaja  

Toen Jezus aan het kruis gestorven was bleven zijn leerlingen totaal geschokt en gedesillusioneerd achter. Wat hij beloofd had, een nieuw Rijk vol van gerechtigheid, daar kwam nu niets meer van terecht, dachten ze. Ze waren zeker ook beschaamd, dat ze Jezus in de steek gelaten hadden en niet beschermd hadden toen hij gevangen genomen werd. Toen de vrouwen de ochtend na de sabbat zagen dat het graf van Jezus leeg was, en zij de boodschap hoorden dat Jezus leeft, liepen ze ervan weg vol schrik en angst en ze durfden er met niemand over te praten. Des te wonderlijk is het dat deze teleurgestelde en angstige mannen en vrouwen een hele verandering doormaakten. Van bange mensen werden het moedige getuigen. Jezus verschijnt aan de schuldbewuste apostelen en Hij spreekt over vergeving. En Jezus geeft hun de opdracht om zelf die vergeving aan anderen door te geven. Steeds meer dringt het tot hun door dat de dood van Jezus niet een totale mislukking was, niet alleen maar schande. Maar dat Jezus uit liefde zijn leven gegeven had. Zij herinnerden dat hij bij het laatste avondmaal gezegd had dat de wijn zijn bloed aanduidde dat het kwaad van de wereld zou goedmaken. Dus dat Jezus gestorven was voor de verzoening tussen God en mensen en tussen mensen onderling. Terwijl ze tijdens Jezus’ leven nog droomden van een aards rijk waar zij als volgelingen ereplaatsen zouden krijgen, zagen ze nu in dat het niet om heersen gaat maar om dienen, en dat zelfs vernedering en lijden een weg is naar glorie en vrede.

Beste mensen, wat betekent dit voor ons? Vaak denken wij dat wij maar machteloze wezens zijn en dat we de wereld niet kunnen veranderen. We zijn heus geen slechte mensen, er is veel waar we van houden, maar blijft deze liefde vooral niet iets van ons privéleven? Doen we onszelf hier ook niet te kort? Hebben we niet veel meer invloed dan we denken? Liefde en betrokkenheid zijn niet alleen subjectieve gevoelens maar ook objectieve krachten die de wereld buiten onszelf veranderen. Door een ander lief te hebben wordt die ander een geliefde medemens, en die kan dit weer verbreiden naar een ander, enzovoort. Zo wordt mijn liefde creatief. Men zegt wel eens: het trillen van de vleugels van een vlinder in het verre Zuid-Amerika kan lucht in beweging brengen die uitloopt op een storm die weer een orkaan wordt en de oceaan oversteekt en hier een dijkdoorbraak veroorzaakt. Het is waar, niet alleen positieve gevoelens van liefde van een enkeling hebben zo een wereldwijde uitwerking. Ook negatieve gevoelens van afkeer, woede en haat hebben dit. Als ik een ander mens wantrouw of kwaad over hem spreek kan dit bij anderen negatieve krachten opwekken, het kan hun woede versterken.  En zo werkt mijn afkeer destructief. Omdat we te weinig inzien dat we met onze goede gedachten, onze gebeden, onze liefde werkelijk de wereld kunnen beïnvloeden, zijn we des te meer gevoelig voor de werking van het kwade. Het slechte nieuws dat via de media op ons afkomt kan ons somber, verdrietig of boos maken. De slechtheid in de wereld kan ons des te meer aangrijpen. Maar dan kan ook bij ons het wonder van Pasen gebeuren. Dat wij ver boven al dit negatieve uit getild worden, en dat wij weer kunnen geloven dat het goede het wint van het kwade, de overwinning van de liefde. Omdat Christus verrezen is, hoeven we niet langer bang te zijn voor welke duistere of kwade kracht dan ook. Zeker, ook in ons leven blijft er verdriet en lijden, maar het wordt anders. Christus brengt ons op een weg die door lijden heenvoert,  Hij biedt ons reddend gezelschap. En zo werkt Hij door ons heen om de wereld ten goede te veranderen, om te helpen opbouwen, in plaats van af te breken, om met anderen verbindingen aan te gaan in plaats van af te stoten, om anderen te aanvaarden in plaats van te discrimineren, om zelf in geduld onze tegenstander te verdragen, in het besef dat die ander die zo lelijk doet voor iets veel mooiers bestemd is. In het dagelijks leven lijkt wat wij doen iets heel kleins maar het is als de vleugelslag van een vlinder. Ik wens U een zalig Pasen!

vader Paul